top of page
Zoeken
  • Alfons Caris

Gola Gorropu, de diepste canyon van Italië

Bijgewerkt op: 28 mrt.




Nergens in Italië tref je zoveel verscheidenheid in de natuur aan als op Sardinië. Woest en lieflijk wisselen elkaar overal af, zowel in het binnenland als aan de kusten, in een ongekende diversiteit. Het is één grote schatkist. Daaruit pikken we nu de Gola Gorropu op, een canyon in het Supramonte-gebergte.


De kloof ligt ietwat rechts van het middelpunt van de foto.

De Gola Gorropu, uitgesleten door de Rio Flumineddu,  is de diepste canyon van Italie, met wanden tot 500 meter hoog en op sommige plaatsen een breedte van niet meer dan vier meter. Klinkende superlatieven, dus we moesten het zien. Dat wil zeggen, niet zozeer de kloof zelf, want uit de beschrijvingen werd wel duidelijk dat het (weliswaar vrij korte) parcours daardoorheen uitsluitend iets voor de zeer gevorderden is. We wilden echter wel naar beneden, naar de ingang van de canyon.



Trefpunt is het Campo base (basiskamp), gelegen langs de SS 125 tussen Baunei en Dorgali, op een afstand van zo’n 15 kilometer ten zuiden van laatstgenoemde stad. Om precies te zijn: bij kilometerpaal 191. Het Campo base is informatiecentrum, boekingskantoor en vertrekpunt bij elkaar, en naar goed Italiaans gebruik fungeert het ook als bar. Vanaf deze plek heb je een vergezicht dat je verklapt waar je bestemming ongeveer ligt, maar verder heb je nog geen idee van wat je je erbij voor moet stellen.





In de jeep die klaarstaat om je naar beneden te brengen, kunnen zo’n acht mensen mee. Het avontuur begint meteen goed, want alleen al de tocht naar beneden, die zo’n twintig minuten duurt, is een belevenis. De jeep volgt een soms angstaanjagend smal en steil pad dat bezaaid is met grote keien en grind en zoekt daarop al slingerend zijn weg over kuilen en hobbels. De afgrond is soms maar decimeters verwijderd. Binnen in de cabine word je door elkaar geschud alsof je in een kermisattractie zit. Toch voel je al snel dat je je niet onveilig hoeft te voelen: de chauffeurs weten wat ze doen en kennen elke centimeter van het parcours.



Vanaf het eindpunt van de rit is het zo’n tien minuten lopen naar de Rio Flumineddu. Op een gemarkeerd punt kun je oversteken; de laarzen liggen klaar, aan de overkant laat je ze weer achter. Bij onze oversteek was de kabbelende rivier rustig, maar het is wel duidelijk dat je hier niet moet komen als het flink regent of geregend heeft. Dan zijn er trouwens ook geen excursies mogelijk.



Eenmaal aan de overzijde begint de tocht naar de ingang van de kloof. Het traject dat wij hadden gekozen werd omschreven als facile, gemakkelijk, op niveau escursionistico. Alsof je een ommetje door het park ging maken, zeg maar. Nou, dat viel dan toch tegen. Het pad gaat behoorlijk omhoog en omlaag en er zitten venijnige stukken in. Gelukkig hoef je je niet te haasten. En, belangrijker nog, er valt veel te genieten: de ongerepte natuur is prachtig en bij iedere bocht dient zich een ander uitzicht aan.




















we zijn er bijna...

Het laatste stukje van de route is het lastigst. Het pad houdt op en om bij de ingang van de kloof te komen moet je langs een steile helling naar beneden. Hier en daar vind je een beetje steun voor je voeten en kun je je vastgrijpen aan een kei of een struik, maar comfortabel is het bepaald niet. Groot is dan ook de opluchting, als je veilig op het laagste punt bent aanbeland, daar waar de rivier de kloof instroomt.







De door water en wind gladgeschuurde keien die hier liggen, zijn gigantisch. Het lijkt wel of hier een slag is uitgevochten ten tijde van de opstand van de Titanen tegen de goden van de Olympus. De bijna witte kleur van het gesteente vormt een prachtig contrast met het blauwgroene water, dat hier en daar stil lijkt te staan in kleine plassen. In een oogopslag is nu duidelijk, waarom het zo moeilijk is om in de kloof zelf te komen. Probeer maar eens over die vaak metershoge keien heen te komen. Hoe het verderop in de canyon is weet ik niet, maar het zal er niet veel anders zijn.

















Hier bij de ingang van de kloof moet je je bij de organisatie melden om af te spreken wanneer je terug wilt met de jeep. Alle namen en tijdstippen worden genoteerd, zodat in principe niemand ongemerkt kan achterblijven. Dan kan de weg terug weer beginnen: eerst langs die akelige helling omhoog, dan hetzelfde pad retour volgen tot je arriveert bij de afslag naar het zijpad dat leidt naar de plek waar de jeep wacht. Ja, en je moet natuurlijk eerst weer door de rivier waden.













De terugreis in de jeep is al net zo spectaculair als de afdaling van een paar uur geleden, maar je merkt dat alles snel went. Met een voldaan gevoel stappen we uit bij Campo base. De excursie was zwaarder dan verwacht, maar we hadden het voor geen geld willen missen.


Als je ook nieuwsgierig bent naar de Gola Gorropu, dan kun je het beste kijken op de website www.gorropu.info. Er zijn diverse mogelijkheden: kortere en langere trajecten, zwaardere en minder zware, met en zonder begeleiding. Afhankelijk hiervan variëren ook de startlocaties. Er zijn ook andere aanbieders van excursies naar de kloof, maar daar kan ik uit eigen ervaring niets over zeggen.


Fotocredits:

alle foto's eigen werk

148 weergaven3 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

3 Comments


pieter ypeij
pieter ypeij
Feb 25

Alfons je verhaal gelezen. Tjonge wat ben je een durfal. Knap dat je het gedurfd hebt


Groeten Pieter Ypeij

Like

Luciano Belfi
Luciano Belfi
Feb 24

Alfons, weer top ! Grazie !

Like

Marijn Taal
Marijn Taal
Feb 23

Bijzonder!

Like
bottom of page