Zoeken
  • Alfons Caris

Sinis, een schiereiland op Sardinië



Sinis is de naam van een schiereiland aan de westkust van Sardinië, ter hoogte van Oristano. Afgezien van wat losse, verspreide huizen en een paar kleine dorpen is het er vrij vlak en nagenoeg leeg, en er zou weinig reden zijn om er een kijkje te gaan nemen, als het schiereiland niet ook zo nadrukkelijk zou getuigen van de rijke geschiedenis van Sardinië.


Het eerste plaatsje dat je tegenkomt is San Salvatore (de Verlosser), een merkwaardig dorp waarover je leest dat het uit de Middeleeuwen zou stammen. Het maakt echter geen moment de indruk van een ‘echt’ dorp: er staan wel huizen, maar er valt geen levend wezen te bekennen. Een spookdorp dan? Nee, ook niet.





De huisjes (zogeheten cumbessias) van San Salvatore zijn bedoeld als onderkomen voor pelgrims en worden vooral bevolkt tijdens religieuze evenementen. Belangrijkste daarvan is het feest van – hoe kan het anders – de Verlosser, in het eerste weekend van september. In processie, de Corsa degli Scalzi, wordt dan een beeltenis van de Verlosser vanuit Cabras naar San Salvatore gebracht. Zoals je weet bestaat een processie in Italië niet zomaar uit een optocht van een stoet mensen; dat zou te eenvoudig zijn. In dit geval lopen de deelnemers de route, zo’n negen kilometer lang, op blote voeten (vandaar de naam van de processie), waarbij de mannen gehuld zijn in een soort witte pij en de vrouwen in traditionele klederdracht. Op de zondagavond van dit weekend ondernemen ze de barre terugtocht naar Cabras.









Middelpunt van het dorp is het kerkje, opgedragen aan – jawel – de Verlosser. Het uit de 17e eeuw daterende gebouwtje ziet er voor een kerk nogal ongewoon uit en het oogt ook niet erg indrukwekkend. De schijn bedriegt echter, want het is gebouwd bovenop een nuraghische (inheemse) cultusplaats, die in latere fasen van de historie in ere werd gehouden door Romeinen en Arabieren en uiteindelijk zelfs door vroege christenen. Het kerkje met zijn catacomben is dus eigenlijk een soort stapelplaats van religies. Net als andere oude heiligdommen in Italië laat deze San Salvatore ons weten, dat het voor de goden niet uitmaakt waar ze wonen en dat de mens door de eeuwen heen hecht aan continuïteit.




Het kerkje en het daaronder liggende antieke heiligdom heb ik niet kunnen bezoeken, want zoals te verwachten viel was de deur gesloten. Ik moet me daarom behelpen met summiere beschrijvingen en schaarse foto’s die ik van internet kon plukken. Vanuit de kerk daal je naar het onderaardse gedeelte af via een smalle trap die overgaat in een gang met aan weerszijden een paar gewelfde ruimtes. Verderop ligt een ronde ruimte met een put. Waarschijnlijk werd het water daarvan gebruikt voor rituele reinigingshandelingen en was dat ook de functie van de cultusplaats. Er zijn ook nog drie andere ruimtes, waarvan een met een altaar. Op de wanden van deze vertrekken vinden we allerlei afbeeldingen en inscripties met uiteenlopende thema’s, waarvan ik er een paar laat zien.




We gaan verder. Een paar kilometer voorbij San Salvatore ligt het plaatsje San Giovanni, een oud vissersdorp dat het tegenwoordig vooral van het toerisme moet hebben. Aan de rand van San Giovanni ligt de gelijknamige kerk, een van de oudste van Sardinië. Deze kerk leidt ons binnen in weer een ander beschaving, een andere fase in de Sardijnse geschiedenis. Het kruisvormige hart ervan is Byzantijns en werd gebouwd in de zesde eeuw, de uitbreidingen dateren uit de negende en tiende eeuw. Waarschijnlijk is het gebouw opgetrokken uit materiaal dat werd weggehaald uit de ruïnes van het verderop gelegen Tharros.






De San Salvatore lijkt op een stulp en misschien denk je: is dit nu een kerk? Maar persoonlijk vind ik zo'n simpel, ontroerend gebouwtje als godshuis veel geloofwaardig dan pronkstukken als de Sint Pieter, de Dom van Milaan of de Dom van Florence. Ieder mag er natuurlijk zijn eigen gevoel bij hebben.







We wandelen verder naar de archeologische site van Tharros, aan het begin van de smalle landtong waarmee het schiereiland in zee eindigt. Met Tharros boren we opnieuw een andere laag van de geschiedenis van het eiland aan, want deze plaats werd al in de achtste eeuw voor Christus gesticht door de Feniciërs. Onder het regime van Carthago groeide Tharros uit tot een grote, bloeiende stad. Na de verovering door de Romeinen in 238 voor Christus kreeg de plaats een nieuw aanzien met de aanleg van termen, een tempel, een castellum, een aquaduct en een nieuw wegennet van basaltsteen.







Toen de Romeinen Sardinië moesten ontruimen kwam Tharros achtereenvolgens in handen van de Vandalen en de Byzantijnen. Rond 1050, dus na een bestaan van zo’n 1.800 jaar, trok de gehele bevolking weg naar Oristano.






Het archeologisch terrein, prachtig gelegen op de heuvelhelling die naar zee afloopt, is best groot, maar laat toch slechts een fractie van de vroegere glorie zien. Tharros is slechts gedeeltelijk opgegraven en wat je nu ziet zijn voornamelijk de resten van de stad in de Romeinse fase.







Mocht het je zijn gaan duizelen van de geschiedenis, geniet dan gewoon van het schitterende schouwspel dat land, zee en lucht je hier, op het puntje van Sinis, voor ogen toveren.



Fotocredits:

foto 1: Liberianto, Wikimedia

Foto's 5 en 6: Sardegnaintour

Foto 15: onbekend, Wikimedia

Foto's 16 en 17: onbekend

Foto 18: marecalmoorg

Foto 21: Paolo Bon, Wikimedia

Foto 22, 44: Norbert Nagel, Wikimedia

Foto 33: Cristiano-Cani, Wikimedia

Foto 37, 38, 45: Following Hadrian, Wikimedia

Foto 46: Carlo Pelagalli, Wikimedia


Overige foto's: eigen werk.




128 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven