top of page
Zoeken
  • Alfons Caris

Venosa en de kerk die er 900 jaar niet kwam



Drie eeuwen voor het begin van onze jaartelling veroverden de Romeinen een stadje in Lucania, het huidige Basilicata, op de Sannieten. De plaats, die zij Venusia doopten, groeide voorspoedig, vooral na de aanleg van de Via Appia: de stad kwam langs deze belangrijke verbindingsweg tussen Rome en Brindisi te liggen. Dat het een regionaal centrum van betekenis was, blijkt uit de omvang van de aangetroffen resten uit die tijd. Ook de grootte van het amfitheater, dat tienduizend mensen kon herbergen, wijst daarop.




De belangrijkste bezienswaardigheid van Venosa is het complex van de Santissima Trinità, dat bestaat uit de ‘oude kerk’ (chiesa antica), de ‘nieuwe kerk’ (chiesa nuova of chiesa incompiuta) en een kloostergedeelte.



De oude kerk is gesticht door de benedictijnen. De kern ervan bestaat uit een vroegchristelijke kerk uit de 5e of 6e eeuw, die op zijn beurt opgericht is op een heiligdom uit de Romeinse tijd. Hij werd ingewijd in 1059. Zoals je van een gebouw uit die tijd mag verwachten, is de entree heel sober. In dit deel van het complex, met grote boogopeningen in de gevel, zijn vier bouwperiodes geïdentificeerd: de vroegchristelijke, de 8e en 9e eeuw en vervolgens de Longobardische en de Normandische tijd. Een van de deuren wordt geflankeerd door twee stenen leeuwen.




Bij binnenkomst betreed je eerst een voorhal. Daar staat de colonna dell’amicizia, de vriendschapszuil, een Romeinse kolom met een Byzantijns kapiteel. Eenieder die hand in hand met een ander om de zuil zwiert kan volgens de legende rekenen op eeuwige vriendschap, en in het bijzonder huwelijksparen die dit ritueel uitvoeren mogen vertrouwen op een gelukkige toekomst. Het gladde, door duizenden handen uitgesleten middenstuk van de zuil bewijst dat menigeen zich deze buitenkans op gratis eindeloze voorspoed niet heeft laten ontglippen.





Het middenschip van de oude kerk is zowel in de lengterichting als aan de zijkanten onderverdeeld met behulp van boogconstructies. Halverwege staan, louter ter decoratie, twee Romeinse zuilen met korinthische kapitelen.





Hier en daar zijn nog delen van de oorspronkelijke vloer te zien. Een deel van de vloer is opengewerkt om de oudere bouwlagen zichtbaar te maken. Het is lastig om in dit complex met zijn ingewikkelde historie te onderscheiden wat nu wat is uit welke tijd. Eigenlijk hoort dat ook zo, want wat wij geschiedenis noemen, wat wij in onze behoefte aan overzicht zo graag in tijdperken en categorieën indelen, is in werkelijkheid niets anders dan een continuüm, een oneindig voortbouwen op en veranderen van wat er al is. Alleen de nieuwsgierigen in later tijden, zoals ikzelf, hebben er behoefte aan om voor hun eigen begrip de samenstellende delen van etiketten te voorzien.






In het jaar van de inwijding werd de kerk ook bestemd tot begraafplaats voor de fameuze familie Hauteville, in het Italiaans Altavilla genoemd. Deze Normandische avonturiers arriveerden hier in de 11e eeuw en slaagden er in korte tijd in om heel Zuid-Italië te veroveren en de Arabieren Sicilië afhandig te maken. Het bekendste familielid, Robert Guiscard, heeft samen met enkele van zijn broers een laatste rustplaats in de kerk. Er staat ook een grafmonument voor Roberts vrouw Alberada.



Dan is er dus ook nog de nieuwe kerk. Een wat potsierlijke naam, wellicht, voor een project dat al bijna 900 jaar vergeefs wacht op zijn voltooiing – een voltooiing die er nooit zal komen. De nieuwe kerk is een letterlijk versteende illusie.






Met de bouw werd begonnen rond 1150. De bedoeling was om via een uitbreiding aan de achterzijde van de apsis van de oude kerk te komen tot één grote nieuwe basiliek. Hiervoor werden materialen aangesleept van bestaande Romeinse, Longobardische en Joodse gebouwen; vooral uit het amfitheater. Het werk schoot echter niet op en viel stil, toen de benedictijnen op last van de paus Venosa moesten verlaten en het complex werd toegewezen aan de Ridders van de Orde van Sint-Jan, de latere Maltezer Orde. De ridders hadden blijkbaar andere dingen aan hun hoofd, want er werd slechts sporadisch iets bijgebouwd, zoals de klokgevel, waarvan de campane tot op de dag van vandaag vergeefs oproepen tot een bezoek. Ook werd er een begin gemaakt met een portaal. In de omlijsting van de boog prijkt het Lam met het kruis, symbool van de Maltezer Orde.







Ik weet niet goed hoe je moet omschrijven wat er door je heen gaat wanneer je – helemaal alleen, want er komt hier haast niemand – dwaalt tussen de eeuwenoude elementen van een droom die grootse werkelijkheid had moeten worden. Een ruïne voelt anders, die ruikt naar wat geweest is. Deze ‘nieuwe kerk’ ruikt naar een gesneuveld, voorgoed onbereikbaar ideaal. Een soort omgekeerde sterfelijkheid. Al die losse fragmenten voelen als ‘mislukt’, omdat ze nooit zijn opgegaan in een harmonieus geheel. Toch zijn ze stuk voor stuk op hun eigen manier mooi en ademen ze met elkaar de sfeer uit van mysterieuze onvolkomenheid.








Het complex van de Santissima Trinità ligt aan de rand van een veel groter archeologisch terrein, waarop resten liggen van de Romeinse stad en vroegmiddeleeuwse gebouwen, waaronder een thermencomplex en nóg een kerk, met een groot doopbassin. Ook vind je er mozaïekvloeren, niet overkapt, maar gewoon onder de blote hemel.






Over de Via Frusci loop je in een rechte weg naar de andere kant van het oude centrum, waar het Castello Aragonese ligt. Onderweg passeer je de 15e-eeuwse kathedraal van Sant’ Andrea, een ruime, vrij lichte kerk met daaronder een crypte. Ook kom je voorbij een aantal palazzi, deels in renaissancestijl. In de 16e eeuw beleefde Venosa opnieuw een bloeiperiode.









Niet te missen op je route is de figuur van Horatius, de beroemde Romeinse dichter die in Venosa geboren werd. Uiteraard wordt hij, op het naar hem vernoemde plein, vereerd met een standbeeld, maar je komt zijn naam ook op andere plekken tegen. Er is eveneens een zogeheten Casa di Orazio, zijn vermeende geboortehuis. Trek dat gerust in twijfel, want het huisje ligt op ruimtes die deel uitmaakten van een Romeins badhuis.






Het Castello Aragonese ligt op de plek waar vóór de bouw van de Sant’Andrea de kathedraal van Venosa stond en daarvoor weer een systeem van (Romeinse) waterbassins. Laag op laag, alweer. Het imposante kasteel heeft een vierkante vorm met ronde torens op de hoeken en is omgeven door een gracht. Tegenwoordig biedt het onderdak aan het Museo Archeologico Nazionale, dat beslist een bezoek waard is. Het museum toont de geschiedenis van Venosa en omgeving vanaf de Steentijd – ooit liepen hier olifanten, bizons en neushoorns rond – tot de Middeleeuwen.






Venosa heeft nog meer bezienswaardigheden in de aanbieding. Naast het al eerder genoemde amfitheater is er even buiten de stad het archeologisch park Notarchirico en vind je op de Collina della Maddalena catacombe ebraiche, Joodse graven uit de 3e tot de 7e eeuw in grotten met grafschriften en -schilderingen. En niet te vergeten: de landschappelijke omgeving is prachtig!



Fotocredits:

foto 1: Cerroni, Wikimedia

foto 2: Dida2parole, Wikimedia

foto's 3, 12, 18, 21: Menzella, Wikimedia

foto's 10, 54 en 55: Strafella, Wikimedia

foto 64: publiek, Wikimedia

foto 65: Astorino, Wikimedia

foto 72: Generale Lee, Wikimedia

alle overige foto's eigen werk



146 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page