Zoeken
  • Alfons Caris

Bidkapellen in Palermo



Goed, in elke stad en elk dorp in Italië struikel je over de kerken, maar het zou me niet verbazen als Palermo de absolute kroon spant. Op de Wikipedia-pagina chiese di Palermo kom je een onvoorstelbare lijst met kerken tegen - en dan te bedenken dat in de loop van de eeuwen vele tientallen exemplaren verdwenen zijn als gevolg van stadsvernieuwing, aardbevingen en oorlogsgeweld. Tot de grootste pronkstukken behoren de Cattedrale, de Martorana, de San Cataldo, de San Giovanni degli Eremiti en de Cappella Palatina in de Palazzo dei Normanni.







Behalve ‘gewone’ kerken vind je overal in het oude centrum nog zogenaamde oratori. Een oratorio is wat wij een gebedshuis of bidkapel zouden noemen. In de 18e eeuw telde Palermo zo’n 90 van dit soort plekken, de een nog fraaier dan de ander. Vandaag de dag zijn er nog ruim 50 over, stuk voor stuk getuigend van de vroegere rijkdom (en natuurlijk religiositeit) van de stad. Anders dan parochiekerken waren oratori bedoeld voor specifieke gemeenschappen van gelovigen. Sommige hadden een privékarakter en behoorden bijvoorbeeld toe aan rijke adellijke families. In veel gevallen zijn de kapellen gehuisvest in vertrekken of een vleugel van een palazzo of een klooster.


Ik neem je mee naar vier oratori. Het Oratorio dei Bianchi, voluit Oratorio della nobile, primaria e real Compagnia del santissimo Crocifisso geheten, bevindt zich in de wijk Kalsa, een van de oudste delen van Palermo. Het Arabische ‘Kalsa’ staat voor zoiets als ‘de zuivere’ of ‘de uitverkorene’. De kapel werd in 1542 opgericht door genoemde Compagnia, die zich bezighield met het bieden van troost en ondersteuning aan terdoodveroordeelden door hen op te wekken tot biecht en boetedoening. De hal van de kapel biedt met een verzameling prachtige marmeren en gipsen beelden en ornamenten een museumachtige aanblik.





Boven zijn verschillende vertrekken, waaronder de eigenlijke gebedsruimte en de Salone Fumagalli, een ruimte waarin de leden van de broederschap bijeenkwamen.






Eveneens in Kalsa ligt het Oratorio di San Lorenzo, dat net als het vorige oratorium dateert uit het midden van de 16e eeuw. Van later tijd, rond 1700, zijn de fabelachtige decoraties in stucwerk van de hand van Giacomo Serpotta, waaronder acht ‘theatertjes’ (nissen in de muur met driedimensionale voorstellingen) met scènes uit het leven van San Lorenzo en San Francesco, en een aantal grote sculpturen die de Deugden verbeelden.






Aan dit Oratorio di San Lorenzo is de naam verbonden van niemand minder dan Caravaggio. In de kapel hing 369 jaar lang diens schilderij De geboorte van Christus met de heiligen Lorenzo en Franciscus. In 1969 werd het gestolen en het is nooit meer teruggevonden. Een van de raadselachtigste kunstdiefstallen uit Italiaanse kerken.




Hoe mooi de kapellen zijn afgewerkt lees je ook af aan de prachtige vloeren en zitbanken van ingelegd marmer.




In de Via Valverde, niet ver van de haven, vinden we het Oratorio del Rosario di Santa Cita. Ook deze gebedsruimte, die toebehoorde aan de gelijknamige Compagnia, had behalve een religieuze ook een sociale functie. De kapel ligt wat verstopt in een groot gebouw achter een hoge, luchtige, door ranke zuilen gedragen bogengalerij. In een van de vertrekken bevindt zich een heuse portrettengalerij van de leidende figuren van de Compagnia, de mannen die ooit verantwoordelijk waren voor het beheer van het oratorio, als betrof het een koninklijke dynastie.




De grote zaal is gedecoreerd door de al eerder vermelde Giacomo Serpotta. Een hoofdthema is de interventie van de Madonna in de strijd tussen de christenen en de ‘ongelovigen’, vooral verbeeld door het theatertje dat de Slag bij Lepanto (1571) in herinnering roept. Tijdens deze – inderdaad historisch heel belangrijke – zeeslag versloeg de vloot van de Heilige Liga onder leiding van de Republiek Venetië de vloot van het Ottomaanse Rijk.



Op de wanden worden in een orgie van gestucte ornamenten, theatertjes en gipsen sculpturen van putti en allegorische figuren scènes uit het leven van Christus weergegeven; links de vreugdevolle episodes, rechts het lijden en in het midden de wederopstanding en de hemelvaart. De toeschouwer zal het niet ontgaan dat de diverse profeten, heiligen, engelen en putti er stralend en in volle glorie bij hangen, liggen en staan, als ware adonissen. Het is één groot, uitbundig, frivool feest van verbeelding.






Tot slot nemen we een kijkje in het Oratorio della Carità di San Pietro. Deze kapel, die werd beheerd door een congregatie die zich wijdde aan de ondersteuning van zieke en behoeftige priesters, bevindt zich in een vleugel van een broederklooster in de Via Maqueda. In de voorhal treffen we een fresco (Bevrijding van Petrus uit de gevangenis) aan van een Vlaming genaamd Borremans, die door de Palermitanen Guglielmo Borremans werd genoemd. Van zijn hand zijn ook de trompe-l’oeil schilderingen op de wanden en de plafonds, met in de gefingeerde nissen figuren van de Deugden. Achter het altaar zien we een beeld van een zittende Petrus, die de sleutel van de hemelpoort in zijn hand heeft.







De schilder ‘Guglielmo’ Borremans, van wie ik nog nooit had gehoord, kwam ik op verschillende plaatsen in Palermo tegen. Hij werd geboren in Antwerpen rond 1672 en vertrok in 1700 naar Italië, om nooit meer terug te keren. Na een verblijf in Rome, Napels en Calabrië verhuisde hij rond 1714 naar Sicilië, waar hij buitengewoon veel succes oogstte en opdrachten uit alle windhoeken van eiland kreeg. In 1744 stierf hij in Palermo, waar hij ook begraven is. Slechts één werk van hem bevindt zich in Vlaanderen, in de Sint Baafs-kathedraal in Gent. Ik heb hier nergens een afbeelding van kunnen vinden.


Giacomo Serpotta, de man die in drie van de vier hier genoemde oratori zijn kunst heeft vertoond, was mij tot mijn schande ook niet eerder bekend. Net als zijn vader, broer en zoon was Serpotta beeldhouwer en stuccatore, een term waar we in het Nederlands (‘sierstucwerker’?) geen goed equivalent voor hebben. Hij heeft alleen op Sicilië gewerkt, uitsluitend in kerken en bidkapellen. Zijn werk staat in het teken van de late barok, waarin de rococo zich al aandient, maar Serpotta beschikte absoluut over een eigen stijl en techniek. De uitvinding van de ‘theatertjes’ moet naar het schijnt aan hem toegeschreven worden.



Fotocredits

foto 19: publiek domein

foto 34: effems, Wikimedia

Overige foto's: eigen werk

155 weergaven1 opmerking

Recente blogposts

Alles weergeven