Pordenone, een kleine schatkist in Friuli
- Alfons Caris
- 23 jan
- 3 minuten om te lezen

Er staan nu een stuk of honderd verhalen op InItalia. Bijna alle twintig regio’s die Italië kent, komen daarin aan bod. Alleen Val d’Aosta en Friuli ontbreken nog. Van Val d’Aosta heb ik te weinig fotomateriaal en wat ik heb is te oud, maar aan Friuli gaan we dit keer iets doen: we bezoeken Pordenone.





Pordenone, het klinkt niet echt Italiaans, vond ik altijd, maar nu ik me erin verdiep blijkt de naam toch echt te wortelen in de tijden van het oude Rome. De plaats heette toen Portus Naonis, haven van de Naone, de rivier die tegenwoordig Noncello heet. De toenmalige binnenhaven lag niet heel precies op de plek waar Pordenone zich nu bevindt. In de Middeleeuwen slibde die haven dicht en moest hij een stuk verplaatst worden. Rond die nieuwe haven ontwikkelde zich het huidige Pordenone.






Na het geleidelijke verdwijnen van het West-Romeinse rijk werd Pordenone onderdeel van het Longobardische hertogdom Friuli. De stad had toen een overwegend Slavische bevolking. Eind 13e eeuw kwam het onder de heerschappij van de Habsburgers en groeide de plaats flink door het toenemende handelsverkeer over de rivieren. Maar in 1318 brandde de stad ook voor een groot deel af en vanaf toen mocht er alleen nog in
steen gebouwd worden. In de 16e eeuw kwam Pordenone onder controle van de Venetiaanse republiek en dat bleef zo tot de verovering van Italië door Napoleon. In 1866 werd het onderdeel van het nieuwe Koninkrijk Italië.





Zelfs onder Italiëliefhebbers geniet Pordenone nauwelijks bekendheid, maar dat zegt niks, want weet wel dat de stad in 2027 trots de titel ‘culturele hoofdstad van Italië’ gaat dragen. Die uitverkiezing krijg je natuurlijk niet zomaar in de schoot geworpen, en inderdaad laat het verrassende historisch centrum van Pordenone zien waar de eer aan te danken is. Al wandelend door de hoofdstraat, vroeger Contrada Maggiore en tegenwoordig Corso Vittorio Emanuele II geheten, blijf je je verbazen. De straat is één lange aaneenschakeling van kleinere en grotere palazzi in gotische en renaissancestijl die met hun fraaie gevels stuk voor stuk je aandacht trekken. Een lust voor het oog zijn ook de langgerekte portici, de booggalerijen die aan weerszijden het straatbeeld sieren. De Corso wordt, met een knipoog naar Venetië, ook wel Canal Grande senz’acqua, de Canal Grande zonder water, genoemd.













Wat al die mooie gevels extra interessant maakt, is dat vele ervan ook nog eens geheel of gedeeltelijk beschilderd zijn. Soms met geometrische patronen, soms met andere decoratieve vormen. Het lijkt wel of men hier ooit een competitie ‘wie heeft de mooiste gevel’ in het leven geroepen heeft.















De Corso Vittorio Emanuele II wordt aan de zuidkant afgesloten door het Palazzo Comunale, een opvallend gebouw in gotische stijl met een respectabele leeftijd: het dateert uit het einde van de 13e eeuw. De Torre dell’Orologio met zijn astronomische uurwerk is er in de 16e eeuw aan toegevoegd. Op de top van de toren staan twee ‘moren’ die de uren slaan.



Bijna pal naast het Palazzo Comunale staat de Dom van Pordenone, genoemd naar San Marco en gebouwd in tweede helft van de 13e eeuw. De origineelste delen die je vandaag de dag ziet, zijn de apsis en de op afstand geplaatste toren. Loop vooral om de kerk heen! De toren, voltooid in 1347, maar de spits is van later datum, is werkelijk kolossaal; bijna 80 meter hoog. Een merkwaardig detail is dat het onderste deel van de toren vroeger in gebruik is geweest als gevangenis. Gedetineerden die daar opgesloten zaten konden zich, schrale troost, in ieder geval niet vergissen in de tijd van de dag.



De voorgevel van de dom is helaas slachtoffer geworden van een ingreep in de 19e eeuw. Ooit was die gevel versierd met fresco’s. Het portaal dateert echter nog uit het begin van de 16 eeuw. Een raadsel is dan weer, wat die vier grote, tegen de gevel geplakte zuilen daar doen. Ik kon er niets over vinden.

Binnen is de kerk ook ingrijpend veranderd. Toch loont het de moeite waard om een kijkje te nemen. Je vindt er onder meer werken van de schilder die Il Pordenone genoemd wordt (je mag raden waar hij vandaan komt), een zeer verdienstelijke artiest uit de renaissancetijd die vooral gewerkt heeft in Friuli, Veneto en Lombardije. Er zijn ook fresco’s en schilderijen van andere kunstenaars uit die tijd te zien.




Mocht je in Pordenone nog een andere opvallende kerktoren zien, dan is dat vast die van de San Giorgio. Op de spits prijkt een beeld van de desbetreffende heilige. De plaatsing van dat beeld was, zo las ik, inzet van een controverse met de bewoners van de wijk Borgo Castello, die niet wilden dat il santo met de rug naar hen gekeerd zou staan… Italiaanser kun je het bijna niet hebben.

Fotocredits:
Foto 71, 77, 81, 82: Geobia, Wikimedia
Foto 76: Luca Laureati, Wikimedia
Alle overige foto's eigen werk
























































Wat een mooie impressie van een plaats weer! Ik vind die muurschildering van dat zwarte uiltje erg charmant.