Halfnaakte toeristen bedreigen het ‘dorp’ Varenna
- Alfons Caris
- 10 minuten geleden
- 4 minuten om te lezen

Laatst werd mijn aandacht getrokken door een berichtje met de titel ‘Italiaans dorp wil af van halfnaakte toeristen: boete tot 200 euro’. Zoiets lees ik graag. Bij halfnaakten hebben we allemaal een eigen verbeelding, maar iedereen snapt wat er bedoeld wordt. Ik moet zeggen dat ik mezelf ook erger aan lieden die zelfs in het hart van de grote Italiaanse kunstcentra, in het heiligste der heiligen, door de straten sloffen alsof ze over het strand paraderen. Stiekem droom ik dan ervan dat zulke mensen gewoon opgepakt en uitgezet kunnen worden wegens gebrek aan eerbied voor … (vul maar in), maar dat is natuurlijk een elitaire gedachte – al vind ik dat ik als serieuze bezoeker ook rechten heb. Overigens meldt het bericht dat de boete kan variëren van 50 tot 200 euro. Ik ben benieuwd hoe men de mate van (half)naaktheid gaat vaststellen bij de handhaving van het gebod en de berekening van het toepasselijke tarief.


Er was nog iets anders dat me trof. De burgemeester van de betrokken plaats lichtte het besluit als volgt toe: ‘Varenna is prachtig en we zijn er trots op jaarlijks honderdduizenden bezoekers van over de hele wereld te mogen verwelkomen. Maar de levenskwaliteit van onze inwoners mag niet worden opgeofferd aan het massatoerisme.’ Wacht even, honderdduizenden bezoekers?! Varenna telt zo’n zeshonderd inwoners, het centrum meet 150 bij 150 meter en bestaat uit niet meer dan een paar stegen en een klein pleintje. Zie je het voor je? Karavanen bussen en in dit geval vooral boten die elk uur honderden mensen uitspugen die al dan niet halfnaakt twintig minuten door de straatjes sjokken, winkeltjes binnenlopen waar ze in het beste geval een snuisterijtje kopen, nog even een terrasje pikken, wat rommel achterlaten en dan weer de boot nemen naar de volgende bestemming, waar het ritueel zich herhaalt.



Okee, het gaat dus om Varenna, een stadje aan de oever van het Comomeer. Naamsverwarring ligt op de loer, maar Ravenna is echt iets heel anders. Ik ken het stadje goed, want tussen 1980 en 2010 kwam ik veel aan het Comomeer, om precies te zijn in Menaggio, dat zo’n beetje tegenover Varenna ligt, aan de andere oever. Na die periode was ik er een hele tijd niet, tot ik het een paar jaar geleden om nostalgische redenen opnieuw bezocht. Eerlijk gezegd was ik bedroefd om de toeristische kermis die ik er aantrof. Het paste niet in mijn herinnering.




Mijn geklaag over wat ik ervaar als teloorgang laat natuurlijk onverlet dat het Lago di Como schitterend is, het mooiste meer van Italië. En Varenna? Ook schitterend. Wat misschien (en zelfs hopelijk) niet iedereen weet, is dat in Varenna twee prachtige tuinen liggen, naast elkaar. Ze behoren tot de vele klassieke, monumentale giardini die je overal langs het meer aantreft en niet voldoende bejubeld kunnen worden. Dat ze zo bijzonder zijn, danken ze natuurlijk ook aan de sfeervolle ligging aan de rand van het water en aan het speciale klimaat dat er heerst.






De mooiste tuin in Varenna is die van Villa Monastero en daar laat ik graag wat foto’s van zien. Er zitten misschien ook opnames tussen die op het terrein van buurman Villa Cipressi gemaakt zijn, maar dat maakt niet uit.














De grote villa die bij de tuin hoort was oorspronkelijk een klooster (monastero), gesticht in de twaalfde eeuw. In de loop van de tijd onderging het gebouw een hoop gedaanteveranderingen. Het huidige aanzien in een eclectische stijl kreeg de villa eind negentiende, begin twintigste eeuw, nadat het complex aangekocht was door een rijke Duitse ondernemer. Villa en tuin zijn tegenwoordig eigendom van de provincie Lecco.





De tuin kreeg in grote lijnen zijn huidige vorm in dezelfde periode. Ook daarbij is gekozen voor een eclectische aanpak, waarin stijlen, periodes en soorten decorstukken door elkaar heen lopen. Alles is met smaak bedacht en uitgevoerd, nergens wordt het rommelig of kitscherig. Zo is er een sprookjesachtig geheel ontstaan waarin exotische bomen en planten afgewisseld worden met beelden, ornamenten, trappartijen, zuilen, putten, fonteinen, tempeltjes en veranda’s. Kortom, er valt wat te zien.











Tot slot nog even terug naar het bericht waarmee ik dit verhaal begon. Daarin wordt behalve over halfnaakten ook gesproken over het ‘dorp’ Varenna. De term dorp of dorpje kom je om de haverklap tegen in beschrijvingen van kleine Italiaanse plaatsen. Helemaal fout! Er zijn geen dorpen in Italië. Ja, in de Povlakte en soortgelijke streken. Maar het gemiddelde Italiaanse plaatsje is eeuwenoud, heeft stadsmuren en stadspoorten (of heeft ze in ieder geval gehad) en beschikt in veel gevallen over een eigen kasteel, ook al resteert daar misschien alleen een ruïne van. Zo’n eerbiedwaardig historisch instituut noem je toch geen dorp? De kleine stadjes die we in onze vakanties zo graag bezoeken, worden door de Italianen met de term borgo aangeduid. Daarin hoor je het woord burcht; het is een typering van een versterkte plaats. Niks dorp of dorpje dus, maar stad en stadje. Kunnen we dat afspreken? Grazie.

Fotocredits: alle foto's eigen werk.




Opmerkingen